|
hulpmiddelenin andere talen
|
Wetenschap
Natuurkundigen tijdens de Solvayconferentie in 1911. Met presentaties en debatten tijdens conferenties en symposia en met peer review bij wetenschappelijke publicaties werkt de wetenschappelijke gemeenschap aan het bereiken van die objectiviteit, waardoor de kwaliteit van de wetenschap, haar methodes en interpretatie van resultaten, gewaarborgd wordt. Op de foto onder meer Hendrik Lorentz, Ernest Solvay, Marie Curie, Henri Poincaré, Ernest Rutherford, Heike Kamerlingh Onnes en Albert Einstein.
Met wetenschap wordt zowel de menselijke kennis aangeduid als de organisatie om deze kennis te vergaren. De wetenschappelijke wereld is dat deel van de maatschappij dat zich uitdrukkelijk ten doel heeft gesteld systematisch kennis te verwerven. De wetenschap heeft een eigen karakter dat blijkt uit haar methoden en conventies. De aldus ontwikkelde wetenschappelijke kennis vormt een reconstructie van een deel van de werkelijkheid en is opgebouwd met behulp van bepaalde wetenschappelijke methodes.[1] Wetenschap en technologie zijn structuurelementen van de geïndustrialiseerde samenleving en daarom beïnvloeden maatschappij, techniek en wetenschap elkaar sterk.[2]
[bewerk] Algemeen[bewerk] BetekenissenEr bestaan vele verschillende betekenissen en interpretaties van wetenschap. In het dagelijks leven wordt wetenschap veelal gezien als een vorm van kennis of weten. De Van Dale (2005) stelt, dat we de volgende vijf betekenissen onderkennen.[3]
Vier van deze betekenissen gaan over weten. Pas op de laatste plaats wordt er gedacht aan de wetenschapsbeoefening. Nu zien we het begrip "wetenschap" in bepaalde samenhang ook als synoniem van denkvermogen, bewustzijn, medeweten, toestemming, mededeling, kennisgeving en rechtelijke aanzetting. Dit maakt het begrip wetenschap veelomvattend. In het dagelijks spraakgebruik gaat het meestal om betekenis 3. [bewerk] BeroepspraktijkIn de wetenschappelijke beroepspraktijk ziet men de wetenschap als een onderdeel van de maatschappij, dat zich ten doel heeft gesteld kennis te vergaren. Dit onderdeel heeft een heel eigen karakter, en de beoefening ervan is onderworpen aan eigen wetten, methoden en conventies. In deze praktijk worden met het begrip wetenschap echter weer meer dingen aangeduid. Ad Bergsma & Korina van Petersen (2004) onderscheiden hier:[1]
[bewerk] EigenschappenHet begrip wetenschap is dus in de wetenschappelijke praktijk de benaming van zowel het instituut, als het werk en het product van het wetenschapsbedrijf. Hiernaast is in de wetenschappelijke theorie al eeuwen een discussie gaande over de vraag: Wat zou wetenschap moeten inhouden?. Deze discussie wordt gevoerd door natuurwetenschappers, filosofen, geschiedkundigen en andere belanghebbenden over de aard van de wetenschap. Volgens David C. Lindberg (1995) zijn hierbij diverse opvattingen over de wetenschap naar voren gekomen:[4]
Deze opvattingen hebben enerzijds betrekking op het wetenschappelijk werk en anderzijds op het wetenschappelijk product. In de verdere bespreking zal blijken dat de studie naar deze zaken op vele punten is verdiept. Wetenschap heeft zo allerlei specifieke betekenissen. In de praktijk ten slotte worden "wetenschap" en "wetenschappelijk" ook vaak gewoonweg gebruikt als algemene termen van goedkeuring - als benamingen die wij verbinden aan alles wat we willen aanprijzen.[4] [bewerk] GeschiedenisBij wetenschap gaat het om opzettelijk en doelgericht onderzoek en verwerving van kennis op een bepaald terrein of vakgebied of vakwetenschap. Deze vorm heeft sinds Plato en de middeleeuwen een geïnstitutionaliseerde vorm gekregen in academies, universiteiten, instituten, laboratoria.[5] [bewerk] Eerste beschavingen
Mesopotamisch kleitablet
Wetenschap in vroege culturen vond plaats van Mesopotamië, India, het Oude Egypte, Perzië, China tot bij de Maya's in Mexico. De oudste overleveringen uit het Nabije Oosten stammen uit Sumerië, het huidige Irak. Rond 3500 v.Chr. begonnen de Mesopotamische volkeren, die in contact stonden met de Indusbeschaving, waarnemingen van de wereld vast te leggen met kwantitatieve en getalsmatige gegevens. Hun waarnemingen en metingen werden om andere dan wetenschappelijke redenen gedaan. Een concreet voorbeeld van de stelling van Pythagoras werd in de 18e eeuw v.Chr. vastgelegd: het Mesopotamisch kleitablet met spijkerschrift Plimpton 232 legt een aantal Pythagorese drietallen (3,4,5) (5,12,13). Dit kleitablet, gedateerd 1900 v.Chr., bevatte echter geen abstracte formulering van de stelling. [bewerk] Klassieke oudheidWetenschap in de Klassieke Oudheid richtte zich primair op het verklaren van de werking van de kosmos. Aldus ontstond de natuurfilosofie en vervolgens de klassieke filosofie. Meer praktisch gericht waren de geneeskunde, de astronomie voor het opstellen van kalenders, en astrologie om de toekomst te voorspellen. De geleerden uit de Oudheid zullen zichzelf niet als zodanig hebben gezien, eerder zullen ze zich als natuurfilosofen, vaklieden (artsen of onderwijzers) of priesters (astrologen of geneeskundigen) hebben beschouwd. Zo was ook de Griekse natuurwetenschap eigenlijk vooral natuurfilosofie. Er werd vooral nagedacht over hoe de natuur in elkaar zou moeten steken, en er werden veelal natuurfilosofische discussies gehouden. Er werden weinig experimenten uitgevoerd om te controleren of de gevonden beweringen op waarheid berustten, in tegenstelling tot later in de West-Europese ontwikkeling van de wetenschap, waar dit testen aan de werkelijkheid standaard zou worden. [bewerk] MiddeleeuwenWetenschap in de Middeleeuwen is in het Latijnse deel van het Romeinse Rijk geen sterk punt, vergeleken met haar Grieks/Hellenistische tegenhanger. Met het einde van de Romeinse beschaving kwam West Europa met grote moeilijkheden die de intellectuele productie aantastten in de Middeleeuwen terecht. De meeste klassieke wetenschappelijke verhandelingen gingen hier verloren. Pas met de Renaissance van de 12e eeuw is de interesse in het onderzoek naar de natuur hernieuwd. In deze periode ontwikkelde zich met name de Scholastische filosofie, die zich op de logica richtte en het empirisme bepleitte: men wilde de natuur als een coherent systeem van wetten zien die in het licht van de rede verklaard konden worden. Met deze blik gingen de middeleeuwse wetenschappers op zoek naar verklaringen voor fenomenen in het heelal en bereikten belangrijke vooruitgang in gebieden als de wetenschappelijke methode en fysica. [bewerk] RenaissanceDe renaissance was in de Europese geschiedenis een periode van opbloei van kunst, wetenschap en letteren die haar grondslag had in de "wedergeboorte" van de verworvenheden van de Klassieke Oudheid. De Wetenschap in de Renaissance is in een stroomversnelling gekomen door de herontdekking van klassieke wetenschappelijke teksten door de val van Constantinopel in 1453 en de uitvinding van de boekdrukkunst rond dezelfde tijd. Dit laatste was goed voor de democratisering van het onderwijs en de snellere verspreiding van ideeën. Echter, met name de beginperiode wordt door historici wel gezien als een periode van wetenschappelijke teruggang. Humanisten hadden vooral interesse in sociale onderwerpen als de politiek en geschiedenis, ten koste van de natuurwetenschap en toegepaste wiskunde. [bewerk] Wetenschappelijke revolutie
Copernicus' heliocentrisch systeem.
De wetenschappelijke revolutie kan grofweg gedateerd worden beginnend in het jaar 1543. Dit is het jaar, waarin Nicolaus Copernicus zijn De revolutionibus orbium coelestium (Over de Revolutie der Hemelse sferen) publiceerde, en Andreas Vesalius het eerste complete boek over de menselijke anatomie, De humani corporis fabrica libri septem deed verschijnen. In de daarop volgende periode wordt een fundamentele transformatie zichtbaar van wetenschappelijk gedachtegoed in natuurkunde, astronomie en de biologie, in de instituten die het wetenschappelijk onderzoek ondersteunen, en meer algemeen in het gangbare wereldbeeld. Mede hierdoor wordt deze periode gezien als de fundering van de moderne wetenschap. [bewerk] Huidige wetenschap
De derde wet van Newton in de praktijk.
De basis voor de moderne wetenschap is in de 17e eeuw gegroeid uit besef bij wetenschappers, dat eigen observatie en experiment de sleutel is tot kennis. Volgens Dijksterhuis (1950) leidde dit modernisme tot een mechanisering van het wereldbeeld, die zijn hoogtepunt beleefde in de klassieke mechanica van Newton.[6] De wetenschapsontwikkeling heeft vanaf de 18e eeuw door een differentiatie in de traditionele terreinen van de natuurwetenschap en wiskunde geleid tot de opkomst van een hele verzameling sociale wetenschappen. De wetenschap leidde in de 19e eeuw verder tot professionalisering en institutionalisering en tot steeds verder gaande specialisatie begin 20e eeuw. De 20e eeuw toonde verder een groeiende rol van de wetenschap in de maatschappij met steeds meer producten, productie, management en bestuur, geïnspireerd door wetenschappelijke beginselen. [bewerk] Onderwerpen[bewerk] Classificatie
Linnaeus' tabel van het dierenrijk uit de Systema Naturae (1735).
Het begrip "classificatie van de wetenschap", "wetenschapsclassificatie" of "wetenschappelijke classificatie" heeft twee verschillende betekenissen:[7]
De classificatie der wetenschappen is een speciaal aspect van de meer omvattende vraag naar de wederzijdse betrekkingen, die tussen de wetenschapsgebieden bestaan. Volgens Evert W. Beth (1959) kunnen we in dit verband drie tendensen onderscheiden:[7]
De aanvaarding van één der gezichtspunten zal uiteraard van grote invloed zijn op de classificatie van de wetenschap. De geschiedenis van het classificeren van de wetenschap gaat terug naar de klassieke oudheid. Elke classificatie heeft sindsdien echter slechts gedurende een bepaalde culturele periode stand gehouden. In elk cultureel tijdvak is kennis voorgesteld in uniforme structuren uitgedrukt in classificaties. Maar nieuwe culturele periodes brachten nieuwe samenhang en nieuwe classificaties.[8] [bewerk] Experiment
Op de Nationale Wetenschap Olympiade in Houston (VS) in 2004 tonen scholieren hun kennis met enige experimenten.
Een experiment, ook wel proef genoemd, is een zorgvuldig opgezette en nauwkeurige nabootsing van een stukje werkelijkheid dat kan worden uitgevoerd om een wetenschappelijke hypothese te testen. Ingewikkelde experimenten met nauwkeurig meetgereedschap wordt meestal in speciale laboratoria uitgevoerd. Sommige hypothesen, bijvoorbeeld dat de zwaartekracht alles naar beneden trekt, kunnen eenvoudig, zonder speciale apparatuur of voorzieningen, getest worden. Zulke experimenten vergroten het inzicht en begrip van natuurwetten. [bewerk] ParadigmaDe wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn beschreef de voortschrijdende ontwikkeling van wetenschappelijke kennis in de vorm van paradigma's[9]. Bij het toepassen van de wetenschappelijke methode, komen steeds opnieuw waarnemingen naar boven die niet in de bestaande modellen of paradigma's passen. Kuhn noemde deze anomalieën. Een sprekend voorbeeld van een paradigmaverschuiving is de Copernicaanse wending in het wereldbeeld vanaf de 16e eeuw onder invloed van het werk van astronomen als Nicolaus Copernicus, Tycho Brahe, Johannes Kepler, Galileo Galilei en Newton: hun keuze voor de empirie boven religieuze opvattingen doorbrak het eerdere op autoriteit berustende wereldbeeld. [bewerk] Theorie
Atoommodel van Bohr van element nummer Z (met kernlading Ze) waarin een elektron terugvalt van niveau 3 naar 2 en een foton uitzendt.
Een theorie is een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie (werkelijkheid). Het doel van een theorie is daarbij de onderlinge samenhang van de waarnemingen te kunnen beschrijven en te verklaren. Over betekenis en functie van de theorievorming zijn nog steeds diepgaande discussies gaande, m.n. naar aanleiding van de aanval van Karl R. Popper op de verificatietheorie, de nog steeds het meest aanvaarde en laatstelijk nog door Rudolf Carnap empirisch gefundeerde theorie, waartegenover Popper op scherpzinnige wijze telkens opnieuw z’n falsificatietheorie stelt.[5] De juistheid van een theorie kan althans volgens Popper (1935) nooit geverifieerd worden[10]. Dit komt doordat ongeacht het aantal bevestigende waarnemingen dat wordt gedaan, er nimmer kan worden uitgesloten dat de volgende waarneming een andere uitkomst zal geven. Als meerdere onafhankelijke waarnemers dezelfde waarneming doen, kan er overeenstemming worden bereikt over de juistheid van een dergelijke waarneming. Inductivisten meenden uit een eindig aantal van dergelijke waarnemingen universeel geldige uitspraken over de werkelijkheid te kunnen doen. [bewerk] VormenMen kan een onderscheid maken tussen fundamentele wetenschap gepaard gaand met fundamenteel onderzoek en toegepaste wetenschap waaraan toegepast onderzoek is gekoppeld. Wanneer wetenschappers hun kennis ter beschikking stellen aan de maatschappij in het algemeen, of aan het bedrijfsleven in het bijzonder, noemt men dit valorisatie. Ook wordt wetenschap wel onderverdeeld in geesteswetenschappen, natuurwetenschappen, sociale wetenschappen en formele wetenschap.
[bewerk] Wetenschappelijke kennisWetenschap is geordende kennis van de werkelijkheid. Haar ideaal is objectiviteit en algemene geldigheid. Er is een voortdurend streven om meningen en hypothesen door toetsing tot wetenschap te verheffen.[11] In de wetenschappen wordt gestreefd naar het opbouwen van een bestand van kennis, een zgn. "body of knowledge". Wetenschap heeft de opdracht om nieuwe kennis te produceren, en in het bijzonder fundamentele kennis. Behalve de taak om nieuwe samenhangen in de wereld te ontdekken en te ontwikkelen in de zogenoemde context of discovery, moet de wetenschap ook aantonen dat men werkelijk op zo’n fundament kan bouwen. Beweringen waarin die samenhangen worden weergegeven, moeten worden gerechtvaardigd in de context of justification: gelegitimeerd als "wetenschappelijk waar", en dus geschikt voor opname in het desbetreffende kennisbestand.[12] [bewerk] Wetenschappelijke methodeElke wetenschap ontwikkelt haar eigen theorieën en methoden en technieken. Met de wetenschappelijke methode wordt de algemene werkwijze in de wetenschap aangeduid. Deze methode is m.a.w. de wetenschappelijk verantwoorde weg om kennis te verwerven. Er wordt wel beweerd dat er één wetenschappelijke methode bestaat, die is gebaseerd op waarneming, meting, voorspelling, experiment, verificatie en falsificatie. Deze methode wordt voorgesteld als een "empirische cyclus", ofwel een cyclische interactie van het opstellen van hypothesen, het doen van voorspellingen, het toetsen door waarneming en het evalueren van hypothese en resultaten.[13] In de wetenschapsfilosofie wordt echter al sinds de Klassieke oudheid nagedacht over de kennisverwerving, en talloze filosofen hebben allerlei methodes voorgesteld. Zo beschreef Plato de Socratische methode om via een schijnweten en onderzoek en weerlegging eerst te komen tot een erkenning van het niet weten, om vervolgens door heropname van de vraag over te gaan tot een zoeken naar de waarheid.[14] Aristoteles beschreef de deductie en inductie. René Descartes kwam met een analytische methode en leidde het rationalisme in. Filosofen als Berkeley, Locke en Hume predikten hier tegenover het empirisme, Kant een criticisme, Hegel de dialectiek, Comte met het positivisme, Popper met de empirische cyclus, Bertalanffy met het systeemdenken en het Thomas Kuhn met de structuur van wetenschappelijke revoluties. [bewerk] Wetenschappelijk resultaatWetenschap en technologie kennen een breed scala aan directe en indirecte opbrengsten. Vele daarvan worden pas na geruime tijd zichtbaar. De omvang, gebruikswaarde en effectiviteit van die resultaten zijn bovendien vaak niet of nauwelijks op systematische wijze te kwantificeren. Dit geldt echter niet voor tastbare kennisdragers in de vorm van publicaties zoals wetenschappelijke artikelen en octrooien. Deze omvangrijke bron van algemeen toegankelijke informatie biedt, via de zogeheten ‘bibliometrische’ methode, de mogelijkheid tot een internationaal vergelijkbare meting van bijvoorbeeld Nederlandse kennisproductie. Daarvoor wordt een tweetal typen internationale bibliografische informatiebronnen aangeboord:[15]
Hoewel het streven steeds gericht is op definitieve resultaten, blijkt desondanks wetenschap volgens Kuyper (1977) nooit een definitieve vorm of inhoud aan te nemen, maar steeds vatbaar te zijn voor verbreding, uitbreiding, verdieping, correctie, ja zelfs voor radicale keerpunten en revoluties. De wijze van onderzoek en de controle der resultaten alsook de vorm die aan de resultaten wordt gegeven dragen een methodisch karakter, zozeer dat wetenschap in de grond van de zaak sinds de Grieken als een kwestie van methoden (inductieve, deductieve en experimentele methode) wordt beschouwd en eventueel van theoretisch verantwoorde technieken, zoals statistiek en tests, maar ook van redenering en bewijsvorm.[5] [bewerk] Studie[bewerk] LogicaDe logica is van origine de wetenschap, die zich bezig houdt met de studie van het correct redeneren. Reeds in de Oudheid werd opgemerkt dat menselijk redeneren systematisch valt te ontleden in combinaties van vaste patronen, zogenaamde gevolgtrekkingen.[16] De centrale vraag van de formele logica luidt: onder welke voorwaarde een gegeven bewering als gevolgtrekking (oordeel) uit een zekere andere bewering (premissen) worden aangemerkt? Een volledige behandeling van deze vraag veronderstelt:[17]
In de logica wordt verondersteld, dat de formele logica (logica minor) de grondslag kan vormen van de wetenschapsleer (logica major), die onderzoekt, op welke wijze in de verschillende wetenschappen gevolgtrekkingen worden gemaakt. Men onderscheidt hierbij de algemene en bijzondere wetenschapsleer. In ruime zin rekent men tot de logica de kennistheorie, die de oorsprong, kenniskritiek, en realiteitswaarde van de kennis onderzoekt; En soms ook nog de metafysica der rede, die zich bezig houdt met het onderzoek van de rede als determinerende factor in het wereldgebeuren.[17] [bewerk] MethodologieDe methodologie is de studie van de wetenschappelijke methoden, de procedures en werkwijzen, die moeten worden gebruikt om kennis te verwerven en om de wetenschap vooruit te helpen. Elke vakdiscipline heeft eigen methoden en technieken en vaak ook een specifieke organisatie met onderzoekers, leerstoelen en vakliteratuur, waar deze specifieke methodologie wordt bestudeerd. Het begrip "Methodologie" wordt vaak geassocieerd met het maken van een onderzoeksopzet. Door de semantische verwarring rond dit begrip worden noties van "methodologie", "methode" en "methodiek" vaak door elkaar gebruikt. Als vakgebied heeft de methodologie te maken met het structureren van het handelen om op grond daarvan zoekgedrag te verantwoorden. Methodologie wordt hierbij opgevat als handelingsleer.[18] Belangrijke vormen van methodologie in de wetenschap zijn de onderzoeksmethodologie en de ontwerpmethodologie. [bewerk] Wetenschapsfilosofie
In de Atheense school van Rafaël (1509) debatteren Plato en Aristoteles over de bron van alle kennis. Plato verwijst hierbij omhoog naar de hemelse sferen, en Aristoteles omlaag naar de aardse bestaan, als de bron van alle kennis.
In de wetenschapsfilosofie wordt volgens Herman Koningsveld (1987) eigenlijk eenvoudig de vraag gesteld "wat wetenschap is?" Volgens Koningsveld zijn verschillende benaderingen op het verschijnselen wetenschap mogelijk:[19]
De "filosofische benadering" van het verschijnsel wetenschap bestaat volgens Herman Koningsveld (1987) zowel uit een analyse als uit een waardering van dit verschijnsel, zowel in de zin van onderzoek als in de zin van theorie. In de wetenschapsfilosofische analyse wordt getracht de veronderstellingen van wetenschap als activiteit bloot te leggen en opheldering te krijgen over de weg waarlangs dat onderzoek verloopt, over de methodes dus en over de logica achter dat onderzoek. Tevens is de wetenschapsfilosofie erop uit om de vragen over structuur, status en waarheidspretentie van theorieën te beantwoorden. Bij de waardering gaat het om de vraag naar de rechtvaardiging centraal. Hoe kunnen de veronderstellingen, die methodes van onderzoek en die waarheidsaanspraken van theorieën worden gerechtvaardigd.[19] [bewerk] WetenschapsgeschiedenisWetenschapsgeschiedenis is het vakgebied van de geschiedenis van de wetenschap, dat uiteenvalt in deelgebieden. Zo bestaan bijvoorbeeld geschiedenis van de filosofie en idem van de natuurkunde. Elke wetenschap kan het eigen verleden onderzoeken, maar wetenschapsgeschiedenis als geheel maakt als specialisme deel uit van de historische wetenschap. Het is verwant aan de wetenschapsfilosofie. Wetenschapsgeschiedenis is meer dan een opsomming van historische feiten. Elke wetenschapsgeschiedenis bevat volgens Horsten (2007) onvermijdelijk een interpretatie van de historische feiten, die ze beschrijft. Dit volgt uit de theoriegeladenheid van observatie. Alleen al het selecteren van de relevante historische feiten gebeurt op basis van interpretatieve criteria, die niet zelf als wetenschapshistorische feiten gegeven zijn.[20] [bewerk] WetenschapssociologieDe wetenschapssociologie, een onderdeel van de sociologie, bestudeert de maatschappelijke processen waarin wetenschappelijke informatie wordt geproduceerd, als geldig wordt erkend door de wetenschappelijke gemeenschap, en ten slotte aan het groter geheel van de samenleving wordt doorgegeven.[21] In de sociologie is er sinds 1945 een groeiend inzicht in het complex "wetenschap en techniek" als onderdeel van het maatschappelijk proces. De wederzijdse beïnvloeding tussen wetenschap en maatschappij, valt in de 19de eeuw reeds te onderkennen. Maar vooral sinds 1945 is het proces versneld en in omvang en betekenis toegenomen. Dit is karakteristiek voor iedere samenleving met een hoge of stijgende graad van industrialisatie. De vraag laat zich dan ook stellen, of de ontwikkeling van wetenschap en technologie als onderdeel van het maatschappelijk proces, zich als een actueel verschijnsel laat beschrijven?[2] Een belangrijk sociologisch discussiepunt is de waardevrije wetenschap. Wetenschap is waardevrij als de kennis die wetenschap oplevert niet wordt beïnvloed door persoonlijke voorkeur of belangen.[22] [bewerk] WiskundeWiskunde is geen studie van de wetenschap, maar wel nauw verwant aan de logica en methodologie en essentieel voor bijna alle wetenschappen, inclusief de sociale wetenschappen. Binnen de wiskunde hebben veel subdisciplines hun toepassingen, zelfs de zuivere takken als getaltheorie en topologie. De wiskunde vervult drie belangrijke rollen. In de eerste plaats verschaft het een soort abstracte taal met symbolen, algebraïsche relaties, vergelijkingen en wetenschappelijke modellen. In de tweede plaats kan mede hierdoor onderzoek betere worden vorm gegeven. Het maken van hypothesen en het bedenken van experimenten en andere waarnemingen wordt systematischer. Tenslotte kan men met behulp van statistiek een hoog niveau van betrouwbaarheid in de bewijsvoering bij uiteenlopende experimenten proberen te bereiken. Of de wiskunde zelf als een wetenschap geclassificeerd kan worden, is met name in de Angelsaksische landen nogal een twistpunt. Sommigen zien wiskundigen als wetenschapsmensen, en beschouwen het wetenschappelijk bewijs als conditio sine qua non voor de natuurwetenschappelijke experimenten. Anderen zien wiskunde slechts als een hulpwetenschap, daar het zelf geen gebruik maakt van experimenten om theorie en hypothesen te testen. Nu moet hierbij ook vermeld worden dat het Angelsaksische begrip "science" doorgaans de betekenis heeft van het continentale begrip "natuurwetenschap". Sociale wetenschap en geesteswetenschap worden veelal aangeduid als "humanities".) Wiskundige stellingen en formules worden verkregen met wiskundige logica of uit afleidingen van axioma's. Om dezelfde reden classificeert men wiskunde als formele wetenschap, natuurkunde en sociale wetenschap als empirische wetenschap. [bewerk] OrganisatieDe organisatie van de wetenschap is uitgestrekt van universiteit, laboratoria, onderzoeksinstituten en academies tot wetenschappelijke uitgeverijen en bibliotheken:
Het besneeuwde grasdak van de bibliotheek van de TU Delft
[bewerk] Zie ook[bewerk] Referenties
[bewerk] Externe links
|