|
hulpmiddelenin andere talen |
Portugese gitaar
Antonio Chainho bespeelt de guitarra
De Portugese gitaar, plaatselijk ook guitarra of viola de fado genoemd, is een dubbelkorig snaarinstrument dat hoofdzakelijk wordt gebruikt in fadomuziek. Meestal doet het dienst als begeleidingsinstrument, maar het wordt ook solistisch bespeeld. Het heeft een peervormige houten klankkast en twaalf stalen snaren. Het is vooral een instrument uit het stedelijk leven, met als belangrijkste centra Lissabon en Coimbra.
[bewerk] IndelingDe Portugese gitaar is een tokkelinstrument uit de familie van de luitachtigen: de klankkast en de hals liggen in elkaars verlengde, de snaren lopen in de lange lijn van het instrument. [bewerk] HerkomstDe herkomst van de Portugese gitaar is niet helemaal zeker. Waarschijnlijk is ze een mengvorm van verschillende instrumenten:
[bewerk] BespelingDe guitarra heeft 12 stalen snaren, die in 6 paren gestemd zijn. Binnen elk paar is één snaar altijd een octaaf hoger gestemd dan de andere. Vroeger werd het instrument met de vingernagels bespeeld. Tegenwoordig gebruikt men vingerplectra die op de nagels bevestigd worden. In het Portugees heten deze unhas, dit betekent letterlijk "nagels". Er zijn twee speeltechnieken:
[bewerk] Types en modellenDe huidige Portugese gitaar is grofweg in te delen in twee types: de guitarra uit Coimbra en die uit Lissabon:
Guitarra-spelers brengen variaties aan in het model: sommigen zetten een rozet in de klankkast, anderen laten de klankkast aan de achterzijde open. Dit laatste lijkt een mode onder spelers die veel op concertpodia staan. In plaats van aan de voorzijde wordt de microfoon via de open achterkant in de klankkast gehouden. |