|
hulpmiddelenin andere talen
|
MeioseDe meiose of reductiedeling is een tweedelig delingsproces dat voortplantingscellen produceert: namelijk eicellen en zaadcellen/stuifmeelkorrels bij planten en dieren, en sporen bij schimmels, mossen en varens. De homologe chromosomenparen zullen daardoor niet meer samen voorkomen in de moedercel. Wat genetisch van vader en van moeder is zal volgens toeval over de dochtercellen verdeeld worden De moedercel is diploïd en bevat homologe chromosomen. De dochtercellen bevatten slechts 1 chromosoom van elk homoloog paar en worden haploïd genoemd.
[bewerk] InterfaseHet verloop is nagenoeg gelijk aan die van de mitose. De eerste groeifase, de syntheseperiode en de tweede groeifase kunnen we als volgt samenvatten. [bewerk] Verloop van de meiose[bewerk] Eerste meiotische delingProfase I
De kernmembraan en nucleoli verdwijnen, er wordt een spoelfiguur aangelegd en de chromosomen worden duidelijk zichtbaar. Ze bewegen zich naar het evenaarsvlak toe tussen de twee centriolenparen. De verspreiding van het chromosoom van vader en moeder gebeurt willekeurig. Metafase I
Anafase I
Telofase I
[bewerk] Tweede meiotische delingAan dit gedeelte van de meiose gaat er geen interfase vooraf en volgt direct op de eerste meiotische deling. Deze fase verloopt zoals de mitose, met het verschil dat er geen homologe paren meer zijn. Profase II
Metafase II
Anafase II
Telofase II
Het resultaat is 4 gameten die haploïd zijn. [bewerk] Meiose versus mitoseTijdens de mitose wordt het aantal chromosomen verdubbeld omdat de centromeren zich delen. Dit dubbele aantal chromosomen wordt vervolgens over de dochtercellen verdeeld en wel zo dat iedere dochtercel over precies dezefde homologenkoppels beschikt. Bij de mitose wordt dus feitelijk gewoon een cel gekopieerd met in haar kern dezefde informatie als in de moedercel. Bij de meiose daarentegen worden de homologenkoppels gesplitst en wel zo dat van ieder koppel er juist één vertegenwoordiger naar een dochtercel gaat. Hierdoor wordt, per cel, het aantal chromosomen gehalveerd, maar wel zodanig dat ieder kenmerk (gen) toch nog aanwezig blijft. Wat de informatie voor elk kenmerk inhoudt wordt louter door het toeval bepaald. Het grote verschil tussen meiose en mitose is dat bij de mitose de zuster-chromatiden splitsen door het splitsen van het centromeer. Hierbij worden twee dochter chromosomen gevormd. Bij de meiose I daarentegen gebeurt deze splitsing niet. Deze vindt pas plaats in de meiose II. [bewerk] DierenBij de ontwikkeling van de dierlijke eicel ontstaat uit één cel één eicel, terwijl bij de ontwikkeling van de zaadcellen uit één cel vier zaadcellen ontstaan. Bij eicellen ontvangt de éne dochtercel daarbij steeds vrijwel al het cytoplasma en gaat de andere te gronde (het poollichaampje is de andere, niet-functionele eicel), terwijl bij de productie van zaadcellen de twee ontstane cellen even groot zijn en zich beide daarna nog een keer delen zodat uiteindelijk vier zaadcellen ontstaan uit een stamcel. Bij de mens en ook bij veel andere zoogdieren vindt de meiose II van de eicel plaats na de bevruchting. Ook hierbij ontstaat dan een poollichaampje. [bewerk] Planten
[bewerk] Zie ook[bewerk] Externe link |