|
|
|
Academie van Bouwkunst AmsterdamDe Academie van Bouwkunst Amsterdam is een hogeschool voor architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur, in 1908 opgericht door architectuurgenootschap Architectura et Amicitia. Ze maakt tegenwoordig deel uit van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en is gevestigd in een monumentaal gebouwencomplex aan het Waterlooplein in Amsterdam. [bewerk] GeschiedenisIn 1908 richtten Willem Kromhout en andere prominente leden van architectuurvereniging A et A de afdeling Voortgezet en Hooger Bouwkunst Onderricht (VHBO), op, als voorloper van de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Amsterdam had het toen al bijna 40 jaar zonder een degelijke architectuuropleiding moeten doen, nadat omstreeks 1870 de afdeling bouwkunst werd overgeplaats van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (nu Rijksakademie voor Beeldende Kunsten) naar de Polytechnische School (nu Technische Universiteit Delft). Veel A et A-leden hadden er in deze periode herhaalde malen bij het Rijk op aangedrongen de afdeling bouwkunst weer naar Amsterdam te verplaatsen, maar telkens zonder succes. Het doel van het VHBO kwam overeen met dat van A et A en is sindsdien niet gewijzigd: elkaar onderwijzen in architectuur. De docenten waren dan ook zelf ontwerper, van wie het medendeel lid was van A et A, terwijl alleen studenten met praktijkervaring werden toegelaten aan het VHBO, zodat een versmelting ontstond tussen theorie en praktijk. Op 13 oktober ging het eerste cursusjaar van start. Het programma werd door Kromhout, i.s.m. directeur van de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten, A.J. Derkinderen, samengesteld en ook probeerde Kromhout het VHBO in te laten delen bij het Hoger onderwijs, echter zonder resultaat. Het VHBO werd een groot succes. Tegen 1910 was het aantal cursisten gestegen naar 57. Hierdoor verleende de Gemeente Amsterdam de afdeling een subsidie van Æ’ 2.300,- en de provincie een subsidie van Æ’ 1.000,-. Er werd onder meer les gegeven in technisch handtekenen en ontwerpen op geometrische basis (door J.B.A. de Meyer) en er werden buitenschoolse activiteiten georganiseerd, zoals atelierbezoeken en excursies naar onlang gebouwde of gerestaureerde gebouwen. Ook werd er vanaf het begin gedoceerd in het destijds redelijk jonge vakgebied 'stedebouw en stadsuitbreiding'.
Hotel Parkzicht, Amsterdam, waarin het lokaal van Architectura et Amicitia zich bevond.
In 1911 studeerden de eerste lichting studenten af: W. Noordlander uit Amsterdam, J. Coenraad uit Zaandam en D. Saal uit Zwaag. In 1911 ook volgde C.W. Nijhoff Kromhout op als directeur en steeg het aantal cursisten naar 61. Naast de Rijksakademie vonden vanaf dat jaar ook lessen plaats in de Quellinusschool en in het sociëteitslokaal van A et A. In 1912 werd het VHBO gereorganiseerd. De opleiding werd vier- in plaats van driejarig, waardoor enkele hoofdvakonderdelen als 'protestantse kerkbouw' en 'arbeiderswoningen' meer aandacht kregen. Om de afdeling een zo breed mogelijk draagvlak te geven ging het VHBO op 15 december 1915 over naar een speciaal daarvoor opgerichte vereniging onder bescherming van A et A, de BNA en de toenmalige MBVA. [bewerk] Verder lezen
|